Het vak taal is ontzettend belangrijk. Jonge kinderen leren al snel een taal doordat er constant interactie is met hun omgeving. Hierdoor leren ze zich mondeling verstaanbaar te maken. Deze mondelinge kennis wordt verder uitgebreid naar de schriftelijke kennis van taal wanneer kinderen naar de basisschool gaan. Op school wordt er gestart met het leren van klanken en de letters. Wanneer de losse klanken goed worden beheerst, worden deze gecombineerd tot woorden. Hierna gaan ze over tot het lezen en schrijven.

Als de basis gelegd is wordt er verder gegaan met het spellen en lezen van moeilijkere woorden en zinnen. Naast het leren van de spelling, worden ook de betekenis van vele woorden, tegenstellingen, synoniemen en spreekwoorden geleerd. De taalvaardigheid wordt hierdoor groter.

In de bovenbouw leren kinderen over de grammatica van onze taal.