Automatisatie (z)onder de aandacht

Automatisatie (z)onder de aandacht

Vaardigheden noemen we geautomatiseerd als we ze zonder nadenken kunnen uitvoeren. Zo hebben we tijdens het lopen de aandacht vrij om te praten of na te denken. Zelfs autorijden doen we automatisch en houden we voldoende aandacht vrij voor het verkeer. Dat was tijdens de eerste rijles wel anders!

In het onderwijs geven we met de term automatisatie aan hoeveel aandacht we nodig hebben bij het verwerken van informatie. Veel deeltaken bij lezen, schrijven en rekenen doen we geautomatiseerd, zonder nadenken. Expliciet trainen op de automatisatie doen we weinig meer in het onderwijs. Het herhaaldelijk opdreunen van kennis, zoals vroeger, horen we niet meer in de scholen. De meeste kinderen verwerven voldoende automatisatie nadat ze de leerstof eerst begrijpen, dan inoefenen en veelvuldig toepassen. Hierbij zijn volgens de onderwijskundigen motivatie, betrokkenheid, relatie, autonomie belangrijke positieve ‘variabelen’. Daarnaast bestaan er nog veel aspecten die het leren positief of juist negatief kunnen beïnvloeden. De moderne leertheorieën hebben sinds de jaren zeventig het dreunen uit het onderwijs terecht verdreven.

Kinderen met een zwak geheugen, zoals bij dyslexie, missen echter in de moderne methoden voor lezen, spellen en rekenen een aantal essentiële strategieën. Op het gebied van actieve herhaling en compenserende strategieën is nog veel werk te verzetten. Verschillende, meer aantrekkelijke, vormen van herhaling zijn van essentieel belang om een noodzakelijk niveau van automatisatie te bereiken of compenserende strategieën te verwerven. Zo zijn een aantal kinderen na zomervakantie in groep 4 alle ‘vriendjes van tien’ uit groep 3 weer vergeten en moeten wel blijven tellen i.p.v. rekenen. Veel kinderen kennen na verloop van tijd niet meer alle tafels, maar ze kunnen ze ook niet. En vooral dat laatste is jammer.

Het veel gehoorde advies, dat kinderen leren lezen door veel ‘leeskilometers’ te maken, geldt zeker niet voor de kinderen die nog ‘voor geen meter’ kunnen lezen. Een goede leesmethode leert ze eerst hoe ze moeten lezen, ondanks al hun fonologische problemen, en stelt goede decodeerstrategieën boven de automatisering. Zolang er met deze doelgroep nog wordt getraind op flitsen, herhaald lezen en ‘racelezen’ er is nog een lange weg te gaan. Ook in het aanvankelijk leesonderwijs.

Ons nieuwe kabinet gaat hopelijk meer gaan investeren in het onderwijs. Met kleinere klassen alleen hebben we nog geen beter onderwijs. Leraar is een prachtig ambacht; vakmanschap voor echte meesters en juffen ! Ik weet nog wel een paar aandachtspunten voor methodeontwikkelaars, lerarenopleidingen en nascholing. Oh, daar gaat net mijn telefoon! Dat zal het ministerie zijn….

Simon Eg,
directeur EGES, Dyslexiezorg
www.eges.nl / info@eges.nl

EGES Dyslexiezorg