Oefenen met spelling is geheel herzien. De belangrijkste nieuwe spellingsregels zijn opgenomen in het onderdeel theorie, terwijl toepassing ervan aan de orde komt in de oefenstof. Volgens het spellingsbesluit 1994 houdt dat kort samengevat het volgende in:
In Puzzelen met Spelling komt de leerling in aanraking met de meest voorkomende spellingsgevallen, behalve werkwoordspelling. Uitgangspunt is steeds een stukje theorie over een spellingsgeval, waarna daarover specifieke oefenstof volgt. In de tweede helft van het boek is de theorie verdwenen en komen alle spellingsgevallen via veel oefenstof nog eens aan de orde.
De volgende spellingsgevallen worden achtereenvolgens behandeld:
A. Koppelteken - B. Het weglatingsstreepje - C. Het weglatingsteken (apostrof) - D. Het deelteken (trema) - E. Hoofdletters - F. Leestekens - G. Verkleinwoorden - H. Oude naamvalsvormen - I. Tussenklanken (-letter) - J. Klinkers en medeklinkers - K. Meervoudsvorming - L. Trappen van vergelijking - M. Wijs - N. Getallen in woorden.
De oefenstof is geschikt voor leerlingen in groep 7 en 8.